
Box 1 belast inkomen uit werk en woning, inclusief de winst uit je onderneming als eenmanszaak, vof of maatschap. Voor 2026 bestaat box 1 opnieuw uit drie schijven, met een extra knip voor AOW-gerechtigden. Deze tarieven gelden voor iedereen die nog niet AOW-gerechtigd is.
Schijf Belastbaar inkomen 2026 Tarief
Schijf 1 Tot € 38.883 35,70%
Schijf 2 € 38.883 tot € 79.137 37,56%
Schijf 3 Vanaf € 79.137 49,50%
Ten opzichte van 2025 gaat de eerste schijf licht omlaag en schuift de grens tussen schijf 2 en schijf 3 iets op. Het toptarief van 49,5 procent blijft ongewijzigd. Let op: aftrekposten zoals de hypotheekrenteaftrek en de MKB-winstvrijstelling worden in 2026 nog steeds vergolden tegen het tarief van schijf 2 (37,56 procent), niet tegen het toptarief. Dat maakt een euro aftrek voor een hogere-inkomensondernemer in de praktijk minder waard dan je op het eerste oog zou denken.
De zelfstandigenaftrek wordt al sinds 2020 stapsgewijs afgebouwd. In 2026 maakt de regeling opnieuw een flinke stap omlaag. Waar je in 2025 nog recht had op € 2.470, is dat in 2026 nog maar € 1.200. In 2027 gaat hij verder naar € 900 en dat is het structurele eindpunt volgens het huidige beleid.
Voor startende ondernemers blijft de startersaftrek van € 2.123 intact, bovenop de zelfstandigenaftrek. AOW-gerechtigde ondernemers krijgen 50 procent van de zelfstandigenaftrek. Je moet ook in 2026 nog steeds voldoen aan het urencriterium: minimaal 1.225 uren per jaar besteden aan je onderneming. Houd je uren gedurende het jaar goed bij in een urenregistratie — de Belastingdienst vraagt hier bij twijfel naar.
De MKB-winstvrijstelling is voor veel ondernemers de belangrijkste fiscale faciliteit geworden, juist omdat de zelfstandigenaftrek zo snel is afgebouwd. In 2026 bedraagt de MKB-winstvrijstelling 12,7 procent van de winst, nadat eerst de ondernemersaftrek (waaronder zelfstandigenaftrek en startersaftrek) van de winst is afgetrokken.
Een belangrijk punt: je hoeft niet aan het urencriterium te voldoen om de MKB-winstvrijstelling te krijgen. Ook parttime ondernemers profiteren dus. Nadeel: bij een verlies werkt de vrijstelling omgekeerd — je verlies wordt 12,7 procent kleiner, wat je verrekeningsmogelijkheden beperkt.
Voor DGA’s met een bv blijft het twee-schijvensysteem in box 2 in 2026 gehandhaafd. Over de eerste € 67.000 aan inkomen uit aanmerkelijk belang betaal je 24,5 procent. Alles daarboven valt onder het hoge tarief van 33 procent. Dit maakt het timen van dividenduitkeringen opnieuw een strategische keuze: uitkeren in twee jaren om twee keer de lage schijf te benutten kan gunstig uitpakken, al hangt het natuurlijk af van je totale inkomen en liquiditeitsbehoefte.
Box 3 (sparen en beleggen) kent in 2026 een vlak tarief van 36 procent over het forfaitaire rendement. Het heffingsvrij vermogen blijft € 57.000 per persoon (€ 114.000 voor fiscaal partners). Het forfaitaire rendement op spaargeld is voor 2026 vastgesteld op 1,28 procent, terwijl voor overige bezittingen zoals beleggingen en vastgoed 6,00 procent geldt. Schulden worden tegen een vast percentage meegenomen.
De grote verandering in box 3 staat gepland voor 2028: dan wordt overgestapt op belasting op werkelijk rendement. Tot die tijd geldt de huidige overbruggingswetgeving, waarbij je in bepaalde gevallen kunt vragen om belasting naar je werkelijke rendement als dat lager is dan het forfait. Houd hiervoor een goede administratie bij van rente, dividend en waardemutaties.
De grootste btw-wijziging van 2026 is de afschaffing van het verlaagde tarief op logies. Vanaf 1 januari 2026 betalen gasten 21 procent btw op hotelovernachtingen, B&B’s, gemeubileerde vakantiewoningen, vakantieparken en stacaravans. Tot en met 2025 gold hiervoor het verlaagde tarief van 9 procent.
Belangrijk voor de overgang: het moment van de overnachting bepaalt het tarief, niet het moment van boeking of betaling. Heeft een gast in 2025 al een voucher gekocht voor een verblijf in januari 2026? Dan geldt alsnog 21 procent btw. Dit vraagt om aanpassingen in je prijslijsten, website, boekingssysteem en eventuele lopende contracten met zakelijke klanten.
Een uitzondering blijft bestaan voor de verhuur van kampeerplaatsen: wie een plek verhuurt waarop een gast zijn eigen tent, caravan of camper plaatst, mag het verlaagde tarief van 9 procent blijven toepassen. Het oorspronkelijke plan om ook het btw-tarief voor cultuur, sport en media te verhogen is uiteindelijk van tafel gegaan; die sectoren blijven op 9 procent.
De KOR is een btw-vrijstelling voor ondernemers met een omzet tot € 20.000 per kalenderjaar. Doe je mee, dan breng je geen btw in rekening aan je klanten, maar kun je ook geen btw terugvragen over je inkoop en kosten.
Voor veel dienstverlenende zzp’ers met beperkte investeringen blijft de KOR in 2026 interessant: minder administratie, geen kwartaalaangifte en vaak een concurrerender eindprijs richting particuliere klanten. Voor ondernemers met veel zakelijke investeringen of voornamelijk zakelijke klanten pakt de regeling bijna altijd ongunstig uit. Sinds 2025 kun je bovendien gebruikmaken van de EU-brede KOR als je ook in andere EU-landen levert — de Nederlandse € 20.000-grens en de EU-grens van € 100.000 gelden dan naast elkaar. Je kiest voor de KOR door je aan te melden bij de Belastingdienst; overschrijd je de omzetgrens gedurende het jaar, dan vervalt de vrijstelling en ben je over het meerdere gewoon btw verschuldigd.
Voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen zijn er in 2026 opnieuw drie regelingen:
• Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA): voor investeringen tussen € 2.901 en € 398.236 in een kalenderjaar, waarbij elke afzonderlijke investering minimaal € 450 moet bedragen. Je krijgt een percentage of vast bedrag als extra aftrek op je winst. De tarieftabel is voor 2026 ongewijzigd ten opzichte van 2025.
• Milieu-investeringsaftrek (MIA): extra aftrek voor milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen op de Milieulijst, oplopend tot 45 procent.
• Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL): je mag tot 75 procent van deze investeringen vrij afschrijven, wat vooral een liquiditeitsvoordeel oplevert.
De Milieulijst 2026 wordt jaarlijks herzien en bevat onder andere elektrische bestelwagens, duurzame installaties, circulaire productielijnen en energiebesparende technieken. Controleer of je investeringen op de lijst staan vóórdat je bestelt.
Doe je aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O)? Dan is de WBSO een van de voordeligste regelingen die er bestaan. Je krijgt korting op de loonheffing voor uren die medewerkers aan innovatie besteden, of een vaste aftrek voor zelfstandigen met voldoende S&O-uren.
In 2026 worden de percentages binnen de WBSO verder verhoogd als onderdeel van het Belastingplan, met name in de eerste schijf en voor starters. Je moet een aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vóórdat het werk begint — minimaal een maand vooraf. Achteraf aanvragen kan niet. Houd een gedegen projectadministratie bij met uren, activiteiten en technische onzekerheden, want RVO kan achteraf controleren.
• Zet je administratie nu goed op: gescheiden zakelijke rekening, maandelijkse bonnen digitaliseren, kwartaalaangifte btw op tijd.
• Controleer je voorlopige aanslag in januari 2026: door de gewijzigde tarieven en lagere zelfstandigenaftrek valt je te betalen belasting vaak anders uit dan geschat.
• Plan investeringen rond de KIA-grenzen: net onder of boven een drempel kan honderden euro’s schelen.
• Houd de urenregistratie strak bij — 1.225 uren klinkt veel, maar tel je ook echt acquisitie, administratie en studie mee.
• Reserveer voor belasting: 30 tot 40 procent van je winst apart zetten voorkomt verrassingen in april.
• Beoordeel je rechtsvorm opnieuw: met een afnemende zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling tegen 37,56 procent wordt de bv-vorm voor structureel hogere winsten relatief aantrekkelijker.
Wordt de zelfstandigenaftrek in 2026 helemaal afgeschaft?
Nee, niet helemaal. De zelfstandigenaftrek daalt in 2026 naar € 1.200 en daalt in 2027 verder naar € 900. Vanaf 2027 blijft de aftrek op dat structurele niveau staan; volledig afschaffen is op dit moment geen vastgesteld beleid.
Geldt het nieuwe btw-tarief van 21 procent voor logies ook voor boekingen uit 2025?
Ja. Het moment van de overnachting bepaalt het tarief. Heeft een gast in 2025 geboekt of vooruitbetaald voor een verblijf dat in 2026 plaatsvindt, dan geldt het tarief van 21 procent. Je hoeft het verschil niet terug te vragen van de gast, maar moet wel 21 procent btw afdragen over het ontvangen bedrag.
Is de KOR handig als ik vooral zakelijke klanten heb?
Meestal niet. Zakelijke klanten kunnen btw die ze aan jou betalen namelijk zelf aftrekken, dus hebben ze er geen last van. Gebruik je de KOR, dan kun jij geen btw op inkoop terugvragen — dat kost je meestal geld. Voor ondernemers die voornamelijk aan particulieren leveren, zoals kappers, dienstverleners of online coaches, is de KOR vaak wel voordelig.
Moet ik de WBSO elk kwartaal opnieuw aanvragen?
Nee, je kunt een WBSO-aanvraag doen voor een periode van 3 tot 12 maanden. Je mag meerdere aanvragen per jaar indienen, maar altijd minimaal een maand voordat de S&O-werkzaamheden beginnen. Loopt je project door in een volgend jaar, dan vraag je voor dat jaar een nieuwe WBSO aan.